Dirk Olsthoorn

Ik kan weer fietsen

Durf het bijna niet hardop te zeggen, MAAR IK KAN WEER FIETSEN!!! Na ruim zes weken blessureleed. Dat was wel even slikken. Als je gewend bent om elke week gemiddeld 225 km te fietsen, gemiddeld 8 uur per week op de fiets te zitten en al twee jaar lang 10.000 km per jaar fietst.

Als ik met Ellen een weekje op vakantie ben, dan heb ik het al zwaar na drie dagen. Dan moet er toch echt ergens iets gevonden worden waarop ik een stukje kan fietsen. Onmiddellijk! Een antieke mtb of piepende krakende toeristenfiets, als er maar gefietst kan worden. Na zes weken blessureleed piep ik wel anders. Ik raak totaal van slag. Ik wordt chagrijnig, heb minder energie en mijn eetpatroon begrijpt mij niet. Als je blijft eten wat je gewend was kom je per week wel een kilo aan, omdat je al die calorieën niet meer verbrandt. Daar ben ik te ijdel voor, dus zit ik al een paar weken aan de bonen, sla, linzen, rauwkost en meer van die gezonde bende zonder koolhydraten. Best lekker. Zeg ik vooral om mijzelf te overtuigen. lees verder >>

Weg uit het onderwijs

[Terugblik] Als je mij drie jaar geleden zou vertellen dat ik het onderwijs zou verlaten had ik je voor gek verklaard. Volgende week vrijdag is het dan toch zover. Ik kan het nog steeds niet geloven.

Vlak voor de zomervakantie zag ik de vacature. Ik dacht misschien dat het door de extreme drukte kwam dat mijn oog erop viel. Dat het een vlucht was. Maar na drie weken ontspannen zat de vacature nog steeds in mijn hoofd en heb ik de brief geschreven.
Leerlingen en ouders zijn inmiddels op de hoogte van mijn vertrek. Dat maakt het op de een of andere manier echter. Ruim drie maanden kon ik er niks over vertellen. Het zou alleen maar voor onrust zorgen.

Van klas 2E was ik niet alleen de wiskundeleraar maar ook de teamleider. Ik begon de les met het ze te vertellen. Ze vonden het duidelijk jammer. Dat deed mij goed, maar tegelijkertijd was dit precies de reden dat ik als een berg tegen dit moment had opgezien.

Yassin begreep het wel: “U bent alleen maar bezig met problemen oplossen, dat is niet echt leuk, meneer.”
“Nee Yassin, dat is het niet.”
“Gaat u soms meer verdienen?” Vroeg een andere leerling.
“Integendeel. Maar dat komt ook omdat ik minder ga werken.”
“Maar waarom gaat u dan weg?”
“Ja… dat is een goede vraag…”

lees verder >>

OV-shitkaart #shizzle

Ik hoef maar een OV-scheet te laten op Twitter of ik heb de webcare van @OVchipkaart op m’n dak. IK WIL GEEN WEBCARE!!!1! Ik wil een fatsoenlijke kaart en een bijbehorend systeem dat werkt. Ga eerst maar eens wat intensive care verlenen bij de poortjes bij Amsterdam CS. Zorg dat je er met een OV-kaart, van pak ‘m beet Arriva, er door kan als je aan de IJ-zijde uitstapt en door het station moet om over te stappen op de tram of de metro. Want dat kan dus niet. En daarom zijn de poortjes dus nog altijd open, omdat kennelijk niemand heeft bedacht dat er ook mensen in CS moeten zijn die niet met de trein reizen.

Niks ten nadele van de medewerkers van webcare. Die doen gewoon wat ze moeten doen. Echt, ik waardeer hun geduld met mij. Enorm. Laatste keer dat ik met ze te maken had protesteerde ik tegen de hoge kosten voor het vervangen van mijn OV-chipkaart die stuk was. Zomaar stuk. Net nieuw was ‘ie. De oude kaart heeft vijf jaar overwegend werkeloos in mijn portemonnee gezeten. Niet stuk te krijgen. Maar ik moest en zou verplicht na vijf jaar een nieuwe kaart aanvragen. Dat kreng bleek van inferieure kwaliteit. Na een paar maanden in dezelfde portemonnee zat er een minuscuul klein vlekje op waardoor hij het niet meer deed. Dan moet je dus voor 11 euro een vervangende kaart aanvragen, terwijl een nieuwe kaart aanvragen 7 euro 50 kost. Daar maakte ik een opmerking over en toen ging webcare zich ermee bemoeien. Als ik een formulier zou invullen en mijn kaart zou geen zichtbare schade hebben, dan zou ik de 11 euro terugkrijgen. Maar ik ben niet zo goed met formulieren en brievenbussen en zo. lees verder >>

Hokjesdenken

Als je moeite hebt met hokjesdenken, zegt dat dan misschien iets over jezelf?

Als ik zeg dat iemand ADHD heeft, dan betekent dat niet dat ik hem in een hokje stop. Dat is in ieder geval niet mijn bedoeling. Ik gebruik de term om kenmerken te benoemen die overeenkomsten vertonen met die van anderen. Dat praat soms makkelijker als je woorden wil geven aan wat je ziet. Het kind of de mens verandert er niet door. Het maakt iemand niet minder waard. Integendeel, het maakt iemand bijzonder. Pas als er niks herkenbaars aan je is, moet je je zorgen gaan maken.

Mijn zus heeft downsyndroom, ook zo’n hokje waar je ingestopt kan worden. Maar je ontkomt er bij haar niet aan. Aan haar uiterlijke kenmerken zie je dat ze anders is dan anderen. Waar je bij iemand met licht autistische kenmerken nog kunt twijfelen, is er bij mijn zus geen twijfel mogelijk. Je ziet het meteen. Ze is een “mongooltje”, zoals ze het zelf zegt. Vroeger, toen we samen kind waren, was dat nog een gangbaar begrip, mongool. Ik heb er geen moeite mee, maar ik ben er dan ook mee opgegroeid. Ouders van nu, met een kind met downsyndroom, hebben wel moeite met dat ouderwetse begrip. Dat kan ik mij heel goed voorstellen. Wat ik bedoel te zeggen, het kind of de mens verandert er niet door. Mijn zus blijft gelukkig gewoon zichzelf. En hokjes zijn hokjes, welke naam je er ook aan geeft.

Hokjesdenken zegt vooral iets over mensen die als ze een begrip als ADHD horen, er het hokje bij denken in hun hoofd. Om vervolgens het kind waar het over gaat niet meer als dezelfde persoon te kunnen zien. Omdat het hokje in hun hoofd wordt gekoppeld aan een vooroordeel. Dat de ouders van kinderen waar het om gaat dat niet prettig vinden, begrijp ik maar al te goed. Zij zien als ze naar hun kind kijken vooral iemand waar ze heel veel van houden.

Soms denk ik dat mensen die zeggen dat ze niet in hokjes willen denken, dat stiekem toch doen. Dat ze zeggen niet in hokjes te willen denken, omdat ze van zichzelf weten dat er dan een vooroordeel bij hen opkomt. En dat ze daar niet trots op zijn. Het is zomaar een gedachte…

Over dyslexie, nog even

‘Dyslexie is het gevolg van slecht onderwijs’ stond er in de kop van het nieuws. En het was deze keer niet de Telegraaf die deze ongenuanceerd prikkelende titel bedacht. Het was het AD, maar het werd door alle media klakkeloos overgenomen. Ook door media die gespecialiseerd zijn in nieuws over kinderen, opvoeding of onderwijs.

Vanuit het dyslectische kind gedacht vind ik dat onbegrijpelijk. Dyslectische leerlingen oefenen zich het schompes. Soms is het best haalbare resultaat dat deze leerlingen leren omgaan met hun handicap. Ze kunnen ook na intensieve behandeling nog niet zelfstandig een eenvoudige tekst lezen. Alles moet worden voorgelezen. Echt, het komt voor. Dyslexie heb je in verschillende gradaties. Met als overeenkomst dat behandeling gericht op het vergroten van de leesvaardigheid, zorgt voor kleine stapjes vooruit.

En juist die leerlingen, die misschien nét na keihard oefenen de kop van het AD kunnen lezen, krijgen dan te horen dat het hun eigen schuld is. Dat ze eigenlijk gewoon niet goed hun best hebben gedaan op school. Want zo voelt dat dan, volgens mij. Maar misschien heb ik weer eens last van mijn empathisch vermogen en valt het allemaal wel mee.

Het artikel zelf is, zoals zo vaak, veel genuanceerder dan de kop doet vermoeden: ‘Er worden onnodig veel kinderen gediagnosticeerd met ernstige lees- en rekenproblemen, zegt dyslexiehoogleraar Anna Bosman. [...] Hoogleraar Ben Maassen: “De praktijk is nu dat kinderen met dyslexie op school minder hoeven te lezen en te spellen, terwijl ze juist méér moeten oefenen.” Hij benadrukt dat erfelijke dyslexie wel degelijk bestaat, maar dat niet meer dan 5 procent van de bevolking daarmee te maken heeft.’

Daar kan ik mij wel in vinden. En 5 procent, dat is nog steeds 5 op 100. Dat betekent dat gemiddeld in elke klas minstens een leerling zit met dyslexie.

Buiten fietsen met de OKP

Zwift is leuk, maar buiten fietsen is nog veel leuker. Zeker op zondag, met de Oostzaanse kerkploeg. Die zo heet, omdat er wordt verzameld bij de kerk in Oostzaan. Maar dat is logisch. Verslag van een heroïsch ritje. In opdracht van Paul, want volgens Paul schrijft de winnaar het verslag.

Vandaag heb ik de kerk niet gezien. We verzamelden met de Purmerendse bende bij de Melkwegbrug. Om stipt 9.30 uur vertrokken Renzo, Percy, Peter en ik richting Oostzaan. Via de Melkweg richting Purmerland en ergens bij een fietsviaduct moet ik door glas zijn gereden. Terwijl de rest doorfietste had ik ongeveer 20 minuten de tijd om mijn binnenband te vervangen. Ik haalde een scherp stuk glas van bijna een centimeter lang uit mijn band. Met een klein rotpompje duurde het tien minuten voordat ik de nieuwe band enigszins op spanning had gekregen. Ondertussen was Olaf aan komen rijden. Vanwege een blessure zou Olaf met de B-ploeg meerijden. Maar hij bedacht zich en we reden samen richting Oostzaan. Vlak voor Oostzaan kwam het peloton aangeraasd, ze hadden er zin in. We hadden maar net genoeg tijd om te keren en moesten even flink aanzetten om te kunnen volgen. lees verder >>

Onderwijsvernieuwing

Vernieuwing. Bij het ministerie van onderwijs zijn ze er dol op. En als de onderwijskundigen op het ministerie het zelf niet kunnen verzinnen, dan wordt het wel bedacht door de VO-raad, de PO-raad, de Onderwijsraad, en weet ik veel wat voor adviesraden er nog meer zijn. Tel daar een ambitieuze minister en een staatsecretaris bij op, en het feest van vernieuwing is compleet. De ene onderwijsvernieuwing is nog niet afgerond, of de andere staat al weer voor de deur. Het idee achter een vernieuwing is vaak dat het een probleem moet oplossen. De aansluiting VWO naar WO is slecht: studiehuis. Leerlingen kunnen slecht rekenen: invoering van het rekenexamen. De aansluiting van VMBO naar MBO moet beter: we bedenken nieuwe examenprogramma’s. De mensen hebben geen normen en waarden meer: we gooien er een cursus burgerschap tegenaan. En ga zo maar door. Het zou interessant zijn om eens te meten wat het rendement is van al die vernieuwing.

Ik hoorde eens een collega zeggen dat onderwijsvernieuwing niet bestaat. “Onderwijsontwikkeling, dat bestond wel.” Ik was zelf net enthousiast bezig het onderwijs te vernieuwen op dezelfde school en wilde het niet horen. Met een team bevlogen docenten voerden we de weektaak in en ontwikkelden we contextrijke opdrachten. Naast cijfers was er ook aandacht voor het ontwikkelen van vaardigheden en persoonlijke ontwikkeling. Het was zo anders dan ik tot dan toe had meegemaakt, dat ik het graag bestempelde als vernieuwing. We gingen de wereld veranderen. Het gaf veel voldoening om als team samen stappen te zetten. Het ging wel met vallen en opstaan, maar we waren niet bang om fouten te maken.

Als ik terugkijk, dan was er weinig nieuws onder de zon. Alles wat we invoerden was al eens bedacht en gedaan. En niet één keer, maar wel honderd keer. We keken het ook letterlijk af van scholen waar we naar toe gingen ter inspiratie. Mijn collega had gelijk, onderwijsontwikkeling is een betere term. Ontwikkeling geeft aan dat het voortborduurt op dat wat bestaat, met als doel het te verbeteren. Het is een wat meer nuchtere benadering, die er voor zorgt dat je met beide benen op de grond blijft staan.

Je kunt als school beter investeren in de ontwikkeling van mensen en het leren samenwerken als team. Daar zit toegevoegde waarde in. Als een groep mensen leert om samen verantwoordelijk te zijn voor het onderwijs, dan komen de ideeën vanzelf. Dan ga je samen aan de slag om het onderwijs te ontwikkelen. In het bedrijfsleven noemen ze dat Human Resource Management. In het onderwijs wordt daar te weinig mee gedaan. Ik ben geen expert als het gaat om het succes van het Zweedse onderwijsmodel, maar ik denk dat we in Nederland net zo succesvol zouden kunnen zijn als we meer zouden investeren in de mens die voor de klas staat. Met de 20 lessen per week die een docent in Zweden voor de klas staat heb je daar dan ook tijd voor. Met het geld dat we in Nederland uitgeven aan onderwijs is die 20 lesuur niet te betalen. Er zouden miljarden bij moeten.

Er bestaat een verband tussen kwaliteit van onderwijs en het geld dat je er in stopt. Het ministerie wil meer kwaliteit voor minder geld en noemt dat opbrengstgericht werken. Er is niks mis met efficiëntie, maar er zit een grens aan. De opbrengst kan nog wel eens tegenvallen. Geld investeren in het onderwijs, dat zou pas vernieuwend zijn!


Deze column verscheen in het semptebernummer van onderwijsvakblad Bij de les.

De ideale school

Met enige vertraging. Deze column is al van een tijd terug…

Zo af en toe stel ik mij voor hoe de ideale school eruit ziet. In mijn gedachten hebben zich al heel wat luchtkastelen gevormd. Van realistisch en dicht bij de onderwijspraktijk tot utopisch en grenzeloos. Ondanks alle beperkingen waar we mee te maken hebben, ben ik er van overtuigd dat er nog veel meer uit het onderwijs te halen valt. Blijven dromen dus. Mijn laatste versie van de ideale school was realistischer dan ooit.

Sinds begin dit schooljaar werk ik op een vmbo-school voor beroepsonderwijs in Purmerend, SG Gerrit Rietveld. Ik geniet er van. Als ik door de praktijkvleugel loop ruikt het naar praktijk. Naar verbrand metaal of naar vers gezaagd hout. Wanneer ik mijn neus achterna loop kom ik in de keuken, waar precies als ik aankom de kokoskoeken uit de oven worden gehaald. De leerlingen van ‘onze’ school schitteren in de praktijk. Hoe ‘echter’ de opdracht, hoe harder de leerlingen werken. Leren lijkt dan vanzelf te gaan. Laatst was het basisonderwijs bij ons op bezoek. Leerkrachten van groep 8 kregen voorlichting over onze school en het beroepsonderwijs. Bij de ontvangst in de hal verwelkomde Rowena de gasten hartelijk. Ze gaf ze een hand, maakte een praatje en bracht ze naar de aula, waar Quincy wat te drinken voor ze inschonk. Ondertussen werd met de grootste aandacht een bescheiden lunch voorbereid door de rest van klas 1B. Na de algemene voorlichting was het tijd voor een rondleiding door het gebouw. De meiden en jongens van Zorg & Welzijn gaven de directrice van hun oude basisschool uitleg over het maken van een perfecte middenscheiding. Toen het haar allemaal een beetje te snel ging deden ze het met engelengeduld voor op de oefenpop, net zolang totdat ze het zelf kon. In het motorvoertuigenlokaal hadden de stoere mannen (en één stoere vrouw) een quiz in elkaar gedraaid waarin ze hun kennis over het gebruik van winterbanden hadden verwerkt. Ze vertelden er vol enthousiasme over en genoten er van om de gasten iets bij te leren.

In mijn ideale school zouden we alleen nog maar ‘echte’ opdrachten doen. We monteren winterbanden en vervangen accu’s voor particulieren, we verzorgen de lunch voor de bedrijven van het industrieterrein naast onze school. Ze komen bij ons eten in het restaurant, of we bezorgen het. Onze ADHD’ers rijden een record aantal fietsritten op een dag. Ook voor handmassages, nagels lakken en haarverzorging kun je bij ons terecht. En kun je geen oppas vinden voor de kleintjes? Geen probleem, we hebben een eigen kinderopvang in het gebouw. Elke dag vangen we de kleintjes van onze eigen medewerkers op. De leerlingen lezen verhaaltjes voor en vallen soms samen met de kleine hummels in slaap. Niet alleen binnen school, ook in de buurt timmeren we aan de weg. Soms letterlijk, als we in de wijk met de afdeling bouw een verzakt trottoir ophogen en her-bestraten. Maar we houden ook de wijk schoon en doen vrijwilligerswerk in het verzorgingstehuis. Het is mooi om te zien met hoeveel wederzijds respect pubers en bejaarden met elkaar omgaan. Onbetaalbaar. Dat kun je niet leren uit een boekje.

Het is best mogelijk om zo’n school te maken. Klein probleempje. We hebben dan niet meer zoveel tijd voor theorielessen. Waarschijnlijk nemen we minder schriftelijke toetsen af en halen we niet alle kerndoelen en eindtermen die ons worden voorgeschreven door het ministerie. Ik weet niet of de minister daar blij wordt? Ik in ieder geval wel.

Dirk Olsthoorn


Column van november 2013, voor onderwijsvakblad Bij de Les.

Archief