Archief van de auteur
Bulgaren in Waterland
Hoeveel Bulgaren wonen er zogenaamd in Purmerend? Er wordt landelijk op grote schaal gefraudeerd met zorgtoeslag, huurtoeslag en andere toeslagen. Systeemfraude noemen ze dat. Systeemfraude is nu al hét politieke woord van 2013.
Bij het invoeren van het toeslagensysteem in 2005 plaatste de Algemene Rekenkamer al vraagtekens bij het gekozen model van uitvoering. In een rapport van mei 2006 schrijft de Rekenkamer daarover: “Er is voorrang gegeven aan tijdige uitbetaling boven rechtmatigheid.” Met andere woorden, de controle vindt pas plaats (lang) na uitbetaling. De Belastingdienst heeft destijds herhaaldelijk aangegeven meer tijd nodig te hebben voor de invoering van het toeslagensysteem. Er was niemand in Den Haag die het wilde horen. Het gaat nu niet een beetje fout, maar heel erg fout. En de volgende keer gaat het waarschijnlijk wéér fout, door een andere systeemfout. Eerder deze maand was het persoonsgebonden budget in opspraak omdat er op grote schaal mee gefraudeerd wordt. Ook ziekenhuizen frauderen er lustig op los en declareren onterecht miljarden euro’s bij de zorgverzekeraars. De fraude is extra schrijnend als je bedenkt dat er vanwege de economische crisis zeer pijnlijke maatregelen zijn genomen om te bezuinigen op de overheidsuitgaven.
Er zit een hardnekkige systeemfout in de Nederlandse overheid. In Den Haag heeft niemand de regie over het land. Belangrijke beslissingen worden niet genomen op basis van feiten maar op basis van sentiment. Er is geen directeur of Raad van Toezicht die het algemeen belang in de gaten houdt. Er is ook geen visie die langer dan vier jaar mee gaat, als er al sprake is van visie. De ministers en staatssecretarissen zijn te druk met het uitvoeren van het regeerakkoord. En anders wel met verantwoording afleggen over de puinhopen die hun voorgangers hebben achtergelaten. Ik geef toe, ik word er een beetje cynisch van. Volgende keer weer een column over alle mooie dingen die er gebeuren in de politiek in onze regio.
Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.
Waterpret
Vanuit Purmerend kun je ongeveer alle binnenwateren van Nederland bevaren. De Beemsterringvaart en de Purmerringvaart worden met elkaar verbonden door de Where. Het Ilperveld, het Varkensland en andere polders, zijn bereikbaar via het Noordhollands kanaal. Via de Gouwzee en het Markerkermeer kom je op het IJselmeer. Van daaruit kun je door naar de Waddenzee of de Friese meren. Waarom wordt er in Purmerend niet meer gedaan met de mogelijkheden van het water? Langs het kanaal is er beperkt plaats voor boten om aan te meren. Ook een stukje van de Where wordt gebruikt als ligplaats. De kades van Purmerend zijn nogal aan de saaie kant, er is geen horeca te vinden. En dat terwijl er genoeg plekken zijn waar een mooi terras aan het water niet zou misstaan. In vrijwel alle gemeentes in Waterland kun je fluisterbootjes huren, maar niet in Purmerend. Vreemd.
Ik ben blijkbaar niet de enige die zich hierover verbaast. Op de website van de gemeente Purmerend vind ik het ‘Actieplan Watertoerisme’. De Where wordt daarin voorgesteld als een as voor watersport en –recreatie. Volgens het actieplan komt er een botenhelling en komen er meer ligplaatsen. Er wordt een havenmeester aangesteld en komt er gelegenheid om bootjes te huren. Ook worden er terrasvoorzieningen aangelegd. Klinkt mij als muziek in de oren. Ik hoop dat het een beetje wil lukken. Volgens de planning van het actieplan moet een en ander klaar zijn in 2015?
De plek waar het oude postkantoor staat lijkt mij ideaal voor een terras aan het water. Genoeg ruimte, dicht bij de Koemarkt en het centrum. De zon schijnt er vrijwel de hele dag en misschien is er zelfs wel genoeg ruimte voor een stadsstrand. Ik zie mezelf er al liggen in mijn korte broek, met een koud biertje en een boek op schoot. Of draaf ik nu door?
Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.
Vertrouwen is de basis
Leraar Dirk Olsthoorn hekelt het gebrek aan vertrouwen in het onderwijs. Soms is dat gebrek gegrond. Als het bijvoorbeeld gaat over grote scholengroepen zoals Amarantis, waar grote bestuurlijke misstanden hebben plaatsgevonden. Maar vertrouwen naar de mensen op de werkvloer is volgens Olsthoorn een basisvoorwaarde voor ontwikkeling en voor prestaties. Dat geldt voor een kind, voor de docent én voor de school. ‘Je kunt alleen leren als je het naar je zin hebt.’
Lees mijn column over vertrouwen in het onderwijs en de Citotoets op HETKIND.org
Duur paspoort
Superhandig! Een afspraak maken voor het verlengen van je paspoort. Scheelt een hoop wachttijd, en als ik ergens een hekel aan heb. Ik typ het adres van de gemeente Purmerend in de browser en druk op ‘enter’. Oeps! ‘De website zal binnenkort weer beschikbaar zijn’, verschijnt er in het scherm. Maar hoe kort is dat eigenlijk, binnenkort? Na een half uur nog steeds geen website, en ook niet na een uur. Geen nood, een beller is sneller.
Ik heb voorjaarsvakantie en kom vandaag wat langzaam op gang. Met breed plakband en lijm probeer ik een grote doos dicht te plakken die vandaag retour afzender moet. Een tikje aan de late kant vertrekken de doos en ik van huis. Snel nog langs het stadje om pasfoto’s te maken, het postkantoor moet later dan maar. ‘Je hebt het helemaal onder controle, Dirk’, praat ik mezelf moed in. Het zweet staat in mijn handen als ik de parkeerplaats bij het stadhuis op rijd. Gelukkig, de parkeerplaats is nagenoeg leeg. Volgens mijn telefoon is het twee minuten voor tien. Om tien uur is de afspraak. Als ik eerst naar de parkeermeter moet en dan weer terug naar de auto en daarna pas naar het gemeentehuis, dan kom ik te laat. En aan te laat komen heb ik een nóg grotere hekel dan aan wachten. Ik besluit het er op te wagen. Hoe lang kan het verlengen van een paspoort nou helemaal duren? Precies op tijd sta ik voor de balie. Ik krijg een ticket en ben gelijk aan de beurt. De pasfoto’s worden gecontroleerd en mijn vingerafdrukken gescand. Ja, ja, ik ben nog steeds 1 meter 80 lang. Na vijf minuten sta ik weer buiten. Bij de uitgang word ik net iets te vriendelijk begroet door een ambtenaar die buiten en sigaretje staat te roken. Als ik naar de auto loop lijkt het alsof er iets wits op de voorruit zit. Of is het de glinstering van de zon? Dichterbij gekomen zie ik dat er een briefje onder de ruitenwisser zit. Een bekeuring van 56 euro. Eigen schuld dikke bult, maar wel een erg duur paspoort.
Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.
De decaan is dood. Lang leve de decaan!
Mijn eerste ontmoeting met een decaan was in de vijfde klas van de havo. De beroepeninteressetest had in mijn geval niet veel opgeleverd en mijn mentor verwees mij door naar de decaan. Ze wees mij op de kaartenbak met beroepen. “Kijk maar of daar wat voor je bij zit.” Van voor naar achteren liep ik de kaartenbak door en viste er enthousiast de kaarten van kunstenaar en politieagent uit. De decaan raadde mij dat in al haar wijsheid af. Het kwam niet in mij op om tegen dat advies in te gaan. Ik ben uiteindelijk via het vwo op de universiteit terecht gekomen. Architect leek mij wel wat. Kunstzinnig, maar met gunstig uitzicht op de arbeidsmarkt. Dat laatste vonden vooral mijn ouders belangrijk. Het werd geen succes. Na nog wat omwegen kwam ik er achter dat ik maatschappelijk betrokken ben en graag met mensen werk. Zo ben ik in het onderwijs terecht gekomen. Mijn proces van bewustwording was een worsteling. Ik voelde mij er vooral heel erg eenzaam bij. Met wat begeleiding zou ik gemotiveerder en met meer zelfvertrouwen aan een vervolgopleiding zijn begonnen.
Nog altijd valt er wel wat te verbeteren aan loopbaanbegeleiding op scholen. Dat zie je ook als je naar de hoge uitval kijkt bij de vervolgopleidingen. Uitstroompercentages tot boven de vijftig procent kosten universiteiten, hoge scholen en roc’s bakken met geld. Zij investeren tonnen om het tij te keren. Met weinig succes. Je kunt een proces dat jaren in beslag neemt nu eenmaal niet inhalen met een dagcursus loopbaanoriëntatie. Loopbaanbegeleiding is meer dan het afnemen van een beroepeninteressetest. Het is het organiseren van een proces van bewustwording. Wie ben ik? Wat kan ik? En wat wil ik? Dat heb ik niet zelf bedacht. Het zijn de inzichten van de moderne decaan.
Een belangrijk onderdeel van loopbaanbegeleiding vormen de periodieke gesprekken met de leerling. Maar waar praat je dan over? Je moet eerst ervaring hebben opgedaan voordat je er over kunt praten. Het is een grote uitdaging om loopbaanbegeleiding een plek te geven in het curriculum. Er moeten praktische opdrachten zijn en stages waarbij leerlingen ontdekken wat hun interesses en talenten zijn.
Een mooi voorbeeld van zo’n praktische opdracht is bij ons op school de ‘meesterproef’ in de vierde klas. Leerlingen van de sector economie ontwikkelen daarbij in één week tijd een nieuw product of een nieuwe dienst om op de markt te brengen. Het maken van een SWOT-analyse, het opstellen van een marketingplan en het schrijven van een financiële onderbouwing zijn verplichte onderdelen. Als ‘echte’ bedrijfjes gaan teams de concurrentie met elkaar aan. Bij de eindpresentatie voor een vakjury kijkt de familie trots en vol bewondering toe vanaf de tribune. Reuze spannend en vooral ook heel echt. In de weken erna wordt er tijdens het portfoliogesprek teruggekeken. Dat gebeurt aan de hand van leerlijnen. Je verplaatsen in een ander, presenteren, samenwerken, onderzoeken, problemen oplossen, plannen en organiseren, de leerlingen zijn uitstekend in staat om aan te geven waar ze goed in zijn en tegen welke problemen ze zijn aangelopen. Vol zelfvertrouwen gaan ze met hun portfolio onder de arm naar het mbo. Elk leerjaar een meesterproef, dát zou geweldig zijn!
Door de sluipende bezuinigingen in het onderwijs staat het curriculum onder druk. Zo ook de meesterproef. Bovendien zorgen aangescherpte exameneisen er voor dat de prioriteiten worden verlegd. Loopbaanbegeleiding komt daardoor in het gedrang. De moderne decaan is harder nodig dan ooit.
Deze column verscheen eerder in onderwijsblad Bij de Les.
Decentraliseren en de participatiewet
Steeds meer taken van het Rijk of de provincie verplaatsen naar de gemeenten. De zorg voor gehandicapten, ouderen en mensen met psychische problemen, valt sinds enige tijd onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Bij jeugdzorg is er al een flink aantal taken overgedragen, de rest volgt spoedig. Ook de nieuw te vormen participatiewet moet door de gemeente worden uitgevoerd. De veranderingen volgen elkaar in rap tempo op. Gemeenten kunnen het nauwelijks bijhouden – vanwaar die haast?
Op zichzelf vind ik decentralisatie van overheidstaken een goede ontwikkeling. De gemeenten krijgen zo meer te zeggen over onderwerpen die dicht bij hun inwoners staan. Als daarmee de betrokkenheid toeneemt kan dat een gunstig effect hebben op de kwaliteit. Voorlopig worden we vooral geconfronteerd met de nadelen. Het is wennen, aan een andere manier van werken. Het wiel moet soms opnieuw worden uitgevonden. Dat de financiële middelen lang niet altijd meeverhuizen van Rijk naar gemeente, maakt het extra lastig.
De afgelopen week werd door het kabinet de participatiewet toegelicht. Een ingrijpende verandering die er voor zorgt dat de gemeenten er nóg een taak bijkrijgen: mensen met een beperking op de arbeidsmarkt begeleiden naar werk bij een reguliere werkgever. Op Twitter las ik een brief van wethouder Berent Daan (@berentdaan) over dit onderwerp. Namens 63 wethouders van de PvdA wordt een groot aantal punten van aandacht verwoord. Het is een duidelijk verhaal waarbij vooral duidelijk wordt dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de invulling van de wet. Soms worden de gevolgen pijnlijk zichtbaar. Ik citeer: ‘Voor mensen met een arbeidsvermogen onder de 30% wordt het steeds moeilijker om werk te bieden bij een reguliere werkgever. Uitgangspunt is dat voor deze mensen een voorziening voor beschut werk geboden kan worden. Voor medewerkers van de sociale werkplaats met bestaande rechten is dit verplicht, voor instroom na 2014 wordt het een mogelijkheid.’ Kort samengevat en vrij vertaald: mensen met een beperkt arbeidsvermogen zullen steeds vaker op een dagverblijf voor mensen met een verstandelijke beperking terecht komen. Een zorgwekkende ontwikkeling. Zo kan de participatiewet er toe leiden dat steeds minder mensen participeren in het arbeidsproces.
Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.
Melkwegbrug
Wat ik vind van de melkwegbrug? Het heeft even geduurd voordat ik er uit was. Dat ik er over schrijf moest er een keer van komen. Ik heb het eerder in deze column een keer opgenomen voor de brug. Mijn voornaamste argument was dat een stad markeringspunten nodig heeft en dat deze bijzondere brug daar in zou voorzien. Nou, dat is zeker uitgekomen. Het is een bezienswaardigheid. Overdag, maar zeker ’s avonds als de verlichting brandt.
Ik moest erg wennen aan de brug. Nog steeds weet ik niet of ik ‘m mooi vind. Ik vind de brug donker en daardoor wat somber. Ik vind het jammer dat de ronde boog niet perfect rond is. Ik vind de helling van het kronkelende fietsgedeelte nogal stijl. Misschien wel te stijl om met een handbewogen rolstoel te beklimmen? In ieder geval vind ik het niet mooi. Ik mis door de hoogte vanaf de kade het oogcontact met de passanten op de brug. De verlichting zou van mij ook wat minder mogen. Het heeft zo toch iets weg van een kermisattractie. Sfeerverlichting op een modern ontwerp heeft een ander uitwerking dan sfeerverlichting op een brug over de Prinsengracht.
En toch, toch ben ik blij met de brug. Ik wen langzaam aan alle eigenaardigheden, dat komt wel goed. De melkwegbrug is een beetje mijn brug geworden. Een brug waar ik als Purmerender trots op ben. Zoals ik ook trots ben op Purmerend. Leg het een vreemde maar eens uit. ‘Tuigdorp aan de A7′ wordt Purmerend ook wel genoemd. Of ‘het Helmond van het Noorden’. Ik kan er de lol van inzien – het is toevallig wel míjn tuigdorp
. Maar nogmaals, ik ben vooral blij met de brug als markeringspunt. Na de Koemarkt wordt de Melkwegbrug met de herinrichting van het Tramplein het tweede succesvolle stadvernieuwingsproject binnen een paar jaar tijd. Meer van dat soort markante plekken en bouwwerken!
Afgelopen weekend kwam ik er bij toeval achter dat de brug is ontworpen door twee oude studievrienden van mij, Bart en Marijn. Als ik er nog aan twijfelde, toen wist ik het zeker. Ik hou van de Melkwegbrug.
Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.
Afstromers
Elk jaar weer het zelfde liedje. Vlak voor de zomervakantie wordt bekend dat er meer havisten doubleren dan verwacht. Veel van die leerlingen stromen af naar het vmbo en komen, op zoek naar een nieuwe school, bij ons terecht. We proberen er met de formatie rekening mee te houden, maar daar zit een grens aan. Het geld volgt de leerling. Als onze collega-scholen in hun periodieke prognoses nog aangeven dat de leerlingen overgaan naar het volgende jaar, dan mag je jezelf niet rijk rekenen. Dit jaar hielden we er desondanks meer rekening mee dan ooit. In de tweede en de derde klas was er ruimte gereserveerd voor in totaal twintig ‘afstromers’. Het werden er uiteindelijk ruim zestig. Dan moet je dus op het laatste moment, als de caravan al achter de auto hangt, nog een klas bijmaken. En je zit weer met vacatures, waardoor je een valse start maakt met het nieuwe schooljaar. Waardeloos. Niet in de laatste plaats voor de leerlingen waar het om gaat. Waar gaat het mis?
Deze column verscheen eerder in Bij de Les.