Dagblad Waterland

Gemeenschapszin

Ik hou van Frankrijk. Al zolang ik mij kan herinneren. Waarom ik zo veel van Frankrijk hou weet ik zelf niet zo goed. De mensen zijn er stug. Op campings is het vaak smerig, vooral het sanitair. En boven een gat poepen, ik zal er nooit aan wennen. Maar ik neem het voor lief.

Ik was acht toen ik voor het eerst samen met mijn ouders op vakantie ging naar Frankrijk. Ik was diep onder de indruk van het landschap. We kwamen uiteindelijk in de ruige Ardeche terecht. Er was niks op de camping. Geen voorzieningen, geen animatie, niets. Alleen ongerepte natuur. Dagenlang heb ik mij vermaakt met alleen de rivier, die een kilometer lopen van de camping lag.  Tientallen stenen heb ik doormidden gehakt, op zoek naar pastelkleurige mineralen en glinsterende metaaldeeltjes aan de binnenkant. Toen ergens zal de liefde zijn ontstaan.

Terwijl ik deze column schrijf lig ik in een piepklein tentje, op een camping honderd kilometer boven Parijs. Ik ben op doortocht naar de Dordogne, waar ik een vriend ga bezoeken. Hij is er een aantal jaar geleden samen met zijn ouders naar toegetrokken en leeft er zo’n beetje als God in Frankrijk.

Het is er niet alleen maar romantiek. De mensen in het dorp hebben nauwelijks inkomsten en pensioen kennen ze niet op het platteland. Men werkt letterlijk door totdat men er bij neervalt. Het is een hard bestaan. Om te overleven heeft men elkaar nodig. Met een roestige oude machine van voor de oorlog wordt de oogst gedaan. Alsof je terugreist in de tijd. Mensen helpen elkaar, met van alles. De een maakt kaas, de ander bakt brood. In het dorp wordt zelfgestookte Eau de Vie uitgeruild tegen Confit van het konijn dat gisteren nog in het hok zat op het erf. Als ik er ben, dan help ik graag mee op het land. Op de terugreis vraag ik mij mijmerend af of die gemeenschapszin ook in Purmerend kan bestaan.

Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Bulgaren in Waterland

Hoeveel Bulgaren wonen er zogenaamd in Purmerend? Er wordt landelijk op grote schaal gefraudeerd met zorgtoeslag, huurtoeslag en andere toeslagen. Systeemfraude noemen ze dat. Systeemfraude is nu al hét politieke woord van 2013.

Bij het invoeren van het toeslagensysteem in 2005 plaatste de Algemene Rekenkamer al vraagtekens bij het gekozen model van uitvoering. In een rapport van mei 2006 schrijft de Rekenkamer daarover: “Er is voorrang gegeven aan tijdige uitbetaling boven rechtmatigheid.” Met andere woorden, de controle vindt pas plaats (lang) na uitbetaling. De Belastingdienst heeft destijds herhaaldelijk aangegeven meer tijd nodig te hebben voor de invoering van het toeslagensysteem. Er was niemand in Den Haag die het wilde horen. Het gaat nu niet een beetje fout, maar heel erg fout. En de volgende keer gaat het waarschijnlijk wéér fout, door een andere systeemfout. Eerder deze maand was het persoonsgebonden budget in opspraak omdat er op grote schaal mee gefraudeerd wordt. Ook ziekenhuizen frauderen er lustig op los en declareren onterecht miljarden euro’s bij de zorgverzekeraars. De fraude is extra schrijnend als je bedenkt dat er vanwege de economische crisis zeer pijnlijke maatregelen zijn genomen om te bezuinigen op de overheidsuitgaven.

Er zit een hardnekkige systeemfout in de Nederlandse overheid. In Den Haag heeft niemand de regie over het land. Belangrijke beslissingen worden niet genomen op basis van feiten maar op basis van sentiment. Er is geen directeur of Raad van Toezicht die het algemeen belang in de gaten houdt. Er is ook geen visie die langer dan vier jaar mee gaat, als er al sprake is van visie. De ministers en staatssecretarissen zijn te druk met het uitvoeren van het regeerakkoord. En anders wel met verantwoording afleggen over de puinhopen die hun voorgangers hebben achtergelaten. Ik geef toe, ik word er een beetje cynisch van. Volgende keer weer een column over alle mooie dingen die er gebeuren in de politiek in onze regio.


Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Waterpret

Vanuit Purmerend kun je ongeveer alle binnenwateren van Nederland bevaren. De Beemsterringvaart en de Purmerringvaart worden met elkaar verbonden door de Where. Het Ilperveld, het Varkensland en andere polders, zijn bereikbaar via het Noordhollands kanaal. Via de Gouwzee en het Markerkermeer kom je op het IJselmeer. Van daaruit kun je door naar de Waddenzee of de Friese meren. Waarom wordt er in Purmerend niet meer gedaan met de mogelijkheden van het water? Langs het kanaal is er beperkt plaats voor boten om aan te meren. Ook een stukje van de Where wordt gebruikt als ligplaats. De kades van Purmerend zijn nogal aan de saaie kant, er is geen horeca te vinden. En dat terwijl er genoeg plekken zijn waar een mooi terras aan het water niet zou misstaan. In vrijwel alle gemeentes in Waterland kun je fluisterbootjes huren, maar niet in Purmerend. Vreemd.

Ik ben blijkbaar niet de enige die zich hierover verbaast. Op de website van de gemeente Purmerend vind ik het ‘Actieplan Watertoerisme’. De Where wordt daarin voorgesteld als een as voor watersport en –recreatie. Volgens het actieplan komt er een botenhelling en komen er meer ligplaatsen. Er wordt een havenmeester aangesteld en er komt gelegenheid om bootjes te huren. Ook worden er terrasvoorzieningen aangelegd. Klinkt mij als muziek in de oren. Ik hoop dat het een beetje wil lukken. Volgens de planning van het actieplan moet een en ander klaar zijn in 2015?

De plek waar het oude postkantoor staat lijkt mij ideaal voor een terras aan het water.  Genoeg ruimte, dicht bij de Koemarkt en het centrum. De zon schijnt er vrijwel de hele dag en misschien is er zelfs wel genoeg ruimte voor een stadsstrand. Ik zie mezelf er al liggen in mijn korte broek, met een koud biertje en een boek op schoot. Of draaf ik nu door?


Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Duur paspoort

Superhandig! Een afspraak maken voor het verlengen van je paspoort. Scheelt een hoop wachttijd, en als ik ergens een hekel aan heb. Ik typ het adres van de gemeente Purmerend in de browser en druk op ‘enter’. Oeps! ‘De website zal binnenkort weer beschikbaar zijn’, verschijnt er in het scherm. Maar hoe kort is dat eigenlijk, binnenkort? Na een half uur nog steeds geen website, en ook niet na een uur. Geen nood, een beller is sneller.

Ik heb voorjaarsvakantie en kom vandaag wat langzaam op gang. Met breed plakband en lijm probeer ik een grote doos dicht te plakken die vandaag retour afzender moet. Een tikje aan de late kant vertrekken de doos en ik van huis. Snel nog langs het stadje om pasfoto’s te maken, het postkantoor moet later dan maar. ‘Je hebt het helemaal onder controle, Dirk’, praat ik mezelf moed in. Het zweet staat in mijn handen als ik de parkeerplaats bij het stadhuis op rijd. Gelukkig, de parkeerplaats is nagenoeg leeg. Volgens mijn telefoon is het twee minuten voor tien. Om tien uur is de afspraak. Als ik eerst naar de parkeermeter moet en dan weer terug naar de auto en daarna pas naar het gemeentehuis, dan kom ik te laat. En aan te laat komen heb ik een nóg grotere hekel dan aan wachten. Ik besluit het er op te wagen. Hoe lang kan het verlengen van een paspoort nou helemaal duren? Precies op tijd sta ik voor de balie. Ik krijg een ticket en ben gelijk aan de beurt. De pasfoto’s worden gecontroleerd en mijn vingerafdrukken gescand. Ja, ja, ik ben nog steeds 1 meter 80 lang. Na vijf minuten sta ik weer buiten. Bij de uitgang word ik net iets te vriendelijk begroet door een ambtenaar die buiten en sigaretje staat te roken. Als ik naar de auto loop lijkt het alsof er iets wits op de voorruit zit. Of is het de glinstering van de zon? Dichterbij gekomen zie ik dat er een briefje onder de ruitenwisser zit. Een bekeuring van 56 euro. Eigen schuld dikke bult, maar wel een erg duur paspoort.


Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Decentraliseren en de participatiewet

Steeds meer taken van het Rijk of de provincie verplaatsen naar de gemeenten. De zorg voor gehandicapten, ouderen en mensen met psychische problemen, valt sinds enige tijd onder gemeentelijke verantwoordelijkheid. Bij jeugdzorg is er al een flink aantal taken overgedragen, de rest volgt spoedig. Ook de nieuw te vormen participatiewet moet door de gemeente worden uitgevoerd. De veranderingen volgen elkaar in rap tempo op. Gemeenten kunnen het nauwelijks bijhouden – vanwaar die haast?

Op zichzelf vind ik decentralisatie van overheidstaken een goede ontwikkeling. De gemeenten krijgen zo meer te zeggen over onderwerpen die dicht bij hun inwoners staan. Als daarmee de betrokkenheid toeneemt kan dat een gunstig effect hebben op de kwaliteit. Voorlopig worden we vooral geconfronteerd met de nadelen. Het is wennen, aan een andere manier van werken. Het wiel moet soms opnieuw worden uitgevonden. Dat de financiële middelen lang niet altijd meeverhuizen van Rijk naar gemeente, maakt het extra lastig.

De afgelopen week werd door het kabinet de participatiewet toegelicht. Een ingrijpende verandering die er voor zorgt dat de gemeenten er nóg een taak bijkrijgen: mensen met een beperking op de arbeidsmarkt begeleiden naar werk bij een reguliere werkgever. Op Twitter las ik een brief van wethouder Berent Daan (@berentdaan) over dit onderwerp. Namens 63 wethouders van de PvdA wordt een groot aantal punten van aandacht verwoord. Het is een duidelijk verhaal waarbij vooral duidelijk wordt dat er nog veel onduidelijkheid bestaat over de invulling van de wet. Soms worden de gevolgen pijnlijk zichtbaar. Ik citeer: ‘Voor mensen met een arbeidsvermogen onder de 30% wordt het steeds moeilijker om werk te bieden bij een reguliere werkgever. Uitgangspunt is dat voor deze mensen een voorziening voor beschut werk geboden kan worden. Voor medewerkers van de sociale werkplaats met bestaande rechten is dit verplicht, voor instroom na 2014 wordt het een mogelijkheid.’ Kort samengevat en vrij vertaald: mensen met een beperkt arbeidsvermogen zullen steeds vaker op een dagverblijf voor mensen met een verstandelijke beperking terecht komen. Een zorgwekkende ontwikkeling. Zo kan de participatiewet er toe leiden dat steeds minder mensen participeren in het arbeidsproces.


Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Halte Leeghwaterbad

Mijn moeder schrijft graag brieven. Ze heeft de gemeente Purmerend gevraagd of het niet mogelijk is een bushalte te maken bij het Leeghwaterbad. Te duur, was het antwoord van de gemeente. Daar is mijn moeder het niet mee eens.

Op doktersadvies werkt mijn moeder aan haar conditie. Op zaterdagmiddag gaat ze daarom zwemmen bij zwemvereniging ‘De Waterratten’. Om er te komen is mijn moeder afhankelijk van het openbaar vervoer. Het is een flink eind lopen vanaf de bushalte naar het Leeghwaterbad. Volgens de reisplanner moet dat in zes minuten lukken, maar mijn moeder van 80 doet er minstens tien minuten over. Al met al is het een flinke inspanning voor haar. Bij het zwembad aangekomen heeft ze haast geen energie meer over om te zwemmen. Maar dat vindt mijn moeder nog niet zo erg. Het is het onveilige gevoel tijdens de wandeling dat er voor heeft gezorgd dat ze de reis niet meer aandurft. Je moet onder een viaduct door waar jongeren hangen en daarna door een verlaten park richting het zwembad. Dat is bij daglicht al niet fijn, maar wordt pas echt ‘unheimisch’ als het bij de terugreis donker is geworden. Mijn moeder gaat dus niet meer zwemmen, tenzij iemand haar kan brengen en halen. Ze heeft de ambtenaar een brief terug geschreven en vraagt zich daarin terecht af waarom de gemeente wel geld heeft om een grote parkeerplaats bij het zwembad aan te leggen, maar geen geld voor een bushalte.

Waarom zou je überhaupt bussen laten rijden in Purmerend? Je kunt overal toch komen met de auto, of met de fiets? Is het niet een kerntaak van de gemeente om te zorgen voor een goede bereikbaarheid van openbare voorzieningen. Er zijn genoeg mensen afhankelijk van het openbaar vervoer. Bushaltes in Purmerend zijn voor veel geld opgehoogd, zodat ouderen en minder validen gelijkvloers kunnen instappen. Dan zou het fijn zijn als die zelfde ouderen en minder validen ook hun eindbestemming kunnen bereiken.
Een nieuw zwembad bouwen en de bushalte vergeten, dat kan gebeuren. Het wordt tijd om deze fout te herstellen.

Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Kattenbelasting

Bestaat er een land bestaat waar zoveel verschillende belastingen worden geïnd als in Nederland? Als rijksbelasting kennen we onder andere loonbelasting, vermogensbelasting, belasting op kansspelen, belasting op de erfenis, belasting op de aankoop van een motorvoertuig, belasting op het gebruik van een motorvoertuig, accijns op benzine, accijns op alcohol en tabak, belasting op het kopen van een huis, belasting op leidingwater en niet te vergeten betalen we BTW over goederen en diensten die we kopen. Aan de provincie betalen we waterschapsheffing – daarnaast gaat een deel van de motorrijtuigenbelasting naar de provincie (?). En dan zijn er nog de gemeentebelastingen, zoals rioolheffing, onroerende zaak belasting, afvalstoffenheffing en hondenbelasting.

Ik ben geen tegenstander van belasting betalen, maar het zou van mij wel wat simpeler mogen. Vaak is het voor mij onduidelijk waarom er belasting moet worden betaald. Bijvoorbeeld, iemand werkt zich te pletter, betaalt zijn hele leven lang een kapitaal aan belasting en alles wat er dan overblijft wordt na overlijden nogmaals belast bij de erfenis. Waarom? Soms is de reden van belasting iets duidelijker. Voor hondenbelasting geldt het principe van de vervuiler betaalt. Ik vraag mij dan wel af wat de gemeente met dat geld doet om de vervuiling tegen te gaan. Op een hondenuitlaatstrook poepen honden vooral als het zo uitkomt. Onderweg er naartoe hebben ze de meeste aandrang. Dat is mijn stellige overtuiging, nadat ik van de week voor de zoveelste keer in een hondendrol stapte.

Bij kattenbelasting kan ik mij helemaal niets voorstellen. Toch vind 57 procent van het ombudspanel van deze krant het een goed idee om kattenbelasting in te voeren. Zodat de gemeenten geld hebben om de overlast te bestrijden. ‘Goedemorgen, buurman! Wij zijn van de gemeente en komen even de drollen van de buurtkatten uit uw tuin scheppen. Welke plant was er door die rode kater van de buren doodgesproeid, zei u? Ah, de rododendron, dan moet ik u teleurstellen. We hebben alleen nog maar hortensia’s als vervangende plant in de aanbieding. Nee, begrijp ik, vinden wij ook heel vervelend. Dan moet u bij de gemeente zijn, misschien kan volgend jaar de kattenbelasting wat omhoog.’

Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Wethoudersdiploma

Bij de gemeente Waterland verdwijnen basisvoorzieningen langzaam maar zeker uit de dorpskernen en stuntelt de wethouder met de busroutes; In Landsmeer vliegen de raadsleden en het college elkaar in de haren en heerst een ware bestuurscrisis; Her en der worden burgemeesters de laan uitgestuurd; Het aanvullend openbaar vervoer voor ouderen en gehandicapten is in de gemeente Beemster bedroevend slecht geregeld; En zo kan ik nog wel even doorgaan. Wat is er toch aan de hand met de kleine gemeentes in ons Waterland?

De gemeente Beemster onderzoekt om financiële redenen of samenwerking met Purmerend nodig is. Gemeente Graft-De Rijp gaat om dezelfde reden samen met Alkmaar en Heerhugowaard. Hoe lang duurt het nog voordat de gemeente Waterland toenadering zoekt met Edam-Volendam?

Je zou verwachten dat het voor een kleine gemeente makkelijker is om de zaakjes op orde te hebben. De kleinschaligheid bevordert het overleg. Tussen burger en bestuur, maar ook binnen het gemeentelijke apparaat. De kleine gemeentes bewijzen het tegendeel. Waarom gaat er dan toch zo vaak iets mis bij de kleine gemeentes in Waterland? Is er bij de grote gemeentes soms meer kwaliteit in huis?

Om wethouder te worden heb je geen diploma nodig. Erger, je hoeft niet eens te kunnen bewijzen dat je in een andere functie hebt bewezen over de benodigde kwaliteiten te beschikken. Als jouw partij vertrouwen in je heeft kan je zomaar worden voorgedragen om wethouder te worden. Niet bepaald een uitgebreide sollicitatieprocedure. Niet iedereen staat te springen om wethouder te worden. Het betaalt aardig, maar na vier jaar kan je carrière voorbij zijn. Of eerder, als bijvoorbeeld het college valt, of als je er zelf een potje van maakt.

In Waterland ontvangt de wethouder bij een voltijdsaanstelling 5.553 euro per maand. In Purmerend loopt dat op tot 7.115 euro, omdat er meer inwoners zijn. Daarmee is het wethouderschap de best betaalde amateurbaan die ik ken. De kleine gemeentes vormen het afvalputje. De betere wethouders vertrekken naar grotere gemeentes, of naar de landelijke politiek. Er moet nodig iets veranderen. Fuseren met grotere gemeenten vind ik niet de beste oplossing.


Deze column verscheen eerder in Dagblad Waterland.

Archief
Categorieën