Buiten fietsen met de OKP

Zwift is leuk, maar buiten fietsen is nog veel leuker. Zeker op zondag, met de Oostzaanse kerkploeg. Die zo heet, omdat er wordt verzameld bij de kerk in Oostzaan. Maar dat is logisch. Verslag van een heroïsch ritje. In opdracht van Paul, want volgens Paul schrijft de winnaar het verslag.

Vandaag heb ik de kerk niet gezien. We verzamelden met de Purmerendse bende bij de Melkwegbrug. Om stipt 9.30 uur vertrokken Renzo, Percy, Peter en ik richting Oostzaan. Via de Melkweg richting Purmerland en ergens bij een fietsviaduct moet ik door glas zijn gereden. Terwijl de rest doorfietste had ik ongeveer 20 minuten de tijd om mijn binnenband te vervangen. Ik haalde een scherp stuk glas van bijna een centimeter lang uit mijn band. Met een klein rotpompje duurde het tien minuten voordat ik de nieuwe band enigszins op spanning had gekregen. Ondertussen was Olaf aan komen rijden. Vanwege een blessure zou Olaf met de B-ploeg meerijden. Maar hij bedacht zich en we reden samen richting Oostzaan. Vlak voor Oostzaan kwam het peloton aangeraasd, ze hadden er zin in. We hadden maar net genoeg tijd om te keren en moesten even flink aanzetten om te kunnen volgen.Vooral Renzo was onstuimig. Dan is het tempo al straf, met 40 km per uur, en dan komt Renzo eroverheen met een snelheid van tegen de 50 km per uur. Knappe jongen als je dan kunt volgen. Dat gebeurt dus ook lang niet altijd. Wat als voordeel heeft dat Renzo het alleen niet volhoudt en vanzelf weer terugzakt in het peloton. Tussen Oostzaan en Purmerend gebeurde dat al wel een keer of wat. Tussen Purmerend en Oosthuizen ging dat vrolijk verder. Vlak voor Oosthuizen was het weer zover. Renzo nam keihard over en deze keer wist Nico nog maar net zijn wiel te houden. Er ontstond een aardig gat en gek genoeg zat ik er niet zover achter en was er achter mij ook een gaatje. Nico reed sterk, dus ik dacht dat het wel grappig zou zijn om naar Renzo en Nico toe te rijden. Misschien konden we met z’n drieën wegblijven. Zo gezegd, zo gedaan.

We hadden wind mee en draaiden lekker door. De groep zat vlak achter ons, maar het lukte ook niet echt om dicht bij ons te komen. Bij de oversteek bij Oudendijk, over de N247, hadden we mazzel. Er kwam niks aan, terwijl de meute achter ons even moest wachten. Het gaatje werd wat groter. Ik had er een hard hoofd in dat het goed zou aflopen. Wind mee was nog tot daar aan toe, maar ik geloofde niet dat dat met wind tegen ook zou lukken. Vanaf Scharwoude was het windkrach vier pal tegen. De dood of de gladiolen, dacht ik bij mijzelf. We bleven lekker doordraaien en keken zo nu en dan achterom. Tot mijn verbazing werd het gat alleen maar groter. Ik kon mijn niet voorstellen dat die kanjers achter ons dat lieten gebeuren. Eerzuchtig als ze zijn zouden ze er alles aan doen om ons bij te halen. Toch groeide het vertrouwen dat we het vol zouden houden.

Bij Nico ging het licht langzaam uit. De kopbeurten werden korter en het kostte steeds meer moeite om over te nemen. Niet gek, als je bedenkt dat hij de dag ervoor 112 kilometer met de Windjammers heeft gereden. Het laatste stuk reden Renzo en ik samen richting Edam. Ik verbaasde mij erover hoe goed ik het kon volhouden. Als ik dacht te merken dat Renzo wat meer moeite had om het vol te houden. Maar het kan toneel zijn geweest. In ieder geval waren we ineens bij Edam. Ik had niet opgelet. Natuurlijk zat Renzo in mijn wiel en kwam er niet meer vandaan. Ik ging nog halfslachtig de sprint aan maar dat was volkomen kansloos. Heb je die poten van Renzo wel eens gezien? Die zijn twee keer zo dik als die van mij, en dat wil wat zeggen.

Bij de tussenstop, bij Café de Gevangenpoort in Edam, werden we door de groep gefeliciteerd met onze mooie ontsnapping. We konden nagenieten bij een heerlijk kopje koffie. Nog lang niet opgedroogd mochten we de de kou weer in. De eerste vijf minuten niet bepaald een pretje. Mijn voornemen was om het tweede deel van de tocht wat rustiger aan te doen. Maar zoals zo vaak, lukte dat ook nu weer niet. Renzo was nog niet uitgespeeld en raasde weer eens als een dolle stier voorbij. De mannen waren niet van plan hem nog een keer te laten ontsnappen en er werd hard gereden, dus reed ik mee. Ik had behoorlijk met krachten gesmeten en voelde dat mijn benen zwaar waren. Gelukkig had Renzo aangekondigd na het viaduct over de A7 linksaf te slaan, terug naar Purmerend. Samen met opa Jan knalde hij nog een keer vol gas het viaduct op. Ik kon niet volgen maar wilde ook geen gaatje laten ontstaan met Jan, Paul en Jerry voor mij. Het kostte weer flink wat kracht om aan te sluiten.

Ik was niet de enige die last had van de tussensprint bij het viaduct. Het tempo zakte aanzienlijk. Met een klein groepje bleven we doordraaien op kop, maar het ging niet van harte. De finish kwam in zicht en Jan gaf mij een seintje dat ik moest volgen. Ik was te moe om het goed te verstaan, maar automatisch gaf ik gas. Jan bleef stijf rechts rijden, zodat de renners achter ons geen voordeel hadden van de luwte. Helaas had ik ook geen voordeel van de luwte en dacht ik dat het kansloos zou zijn om dat de laatste kilometer nog vol te houden. Het tempo ging weer wat omlaag en ik kwam op kop te rijden. Er werd niet meer overgenomen en Jan zat natuurlijk weer goed in mijn wiel. Zo vader zo zoon.

Geen idee hoe ik bij de finish ben gekomen. Jerry schijnt iets tegen me gezegd te hebben, niks van gehoord. Mijn enige kans was een lange sprint en zo hard mogelijk doortrekken tot aan de finish. Tot mijn eigen verbazing kwam ik als eerste aan, met toch nog wel een aardige voorsprong op nummer twee. Heerlijk!! Het is dan wel niet de Amstel Gold Race, maar het gaat wél om de eer.

Gelukkig hadden we terug naar Purmerend de wind in de rug. Rustig uitfietsen dus. We rijden nog wat achterblijvers tegemoet, waaronder Nico. De batterij was leeg bij hem na het avontuur van de ontsnapping. Of zoals hij het zelf verwoord op Strava: hij was ‘Compleet naar de klote’. ;-)

Het was een mooie dag. En nu heb ik honger.


Reageer

Archief