Mongolen

Hester“Mijn zús is een mongool!”, zeg ik tegen een leerling als hij een klasgenoot uitscheldt voor mongool. Het donkere jochie wordt na een kleine aarzeling lijkbleek. Mijn intonatie zit ergens tussen woede en spreken in de overtreffende trap. Zou meester echt bedoelen dat hij zijn zus een mongool vindt? Nee… wacht… zijn zus ís een mongool. Shit, dan is hij nu boos!

Ik ben niet echt boos. Mongool is een algemeen gebruikt scheldwoord, je neemt het makkelijk van iemand over zonder er bij na te denken. Corrigeren doe ik het wel. Na de eerste schrik is er altijd ruimte om er over te praten. Onder vier ogen, maar ook wel eens met de hele klas.

Mijn ouders gebruikten het woord mongooltje liefkozend. In mijn beleving is het dan ook een koosnaam van mijn lieve zus. In haar beleving ook trouwens. Het kwam haar goed van pas als ze de gelegenheid kreeg haar handicap uit te buiten. “Maar ik ben toch een mongooltje”, zei ze dan, als ze iets wilde wat anderen niet mochten. En zeg dan nog maar eens nee.

Persoonlijk vind ik mongool dus een stuk vriendelijker klinken dan ‘iemand met het Syndroom van Down’. Het woord syndroom legt zo de nadruk op de afwijking. Andere namen die door de jaren heen werden gebruikt zijn in chronologische volgorde ‘geestelijk gehandicapt’, ‘verstandelijk gehandicapt’ en ‘verstandelijk beperkt’. Maar welk woord je ook gebruikt, het verandert niks aan het feit dat je een kind hebt dat anders is dan andere kinderen. Met al hun talenten en beperkingen om van te houden – daarin verschillen ze dan weer niets van ‘gewone’ mensen. Als je bij de geboorte ontdekt dat je kind een mongooltje is begint het acceptatieproces. Dat proces kan een heel mensenleven in beslag nemen.

7 reacties op „Mongolen“

Reageer

Archief