(On)waarheden over GW – Deel III

Goed! Omdat de stellingen er niet genuanceerder op worden en het lastig is om informatie kort samen te vatten en toch genuanceerd te blijven, nu een artikel uit Elsevier. Het is even typen (en lezen :-) ) maar dan heb je ook wat.

(artikel Elsevier, 13 januari 2007)

LOOPT NEDERLAND ECHT ONDER WATER?

Wat zijn de feiten over de opwarming van de aarde, waar beginnen de overdrijvingen en wat zou het nieuwe kabinet moeten doen?

Gevoed door de Amerikaanse politici Al Gore en Bill clinton lijkt Nederland – en de rest van de wereld – in de ban van het broeikaseffect. Dat fenomeen bracht ons al 2006, in Nederland het warmste jaar sinds 1705, toen de temperatuur voor het eerst werd gemeten, en het zou Groenland en het Zuidpoolijs doen smelten.

Simon Rozendaal

De schoolgaande jeugd van Amsterdam mag gratis naar de film An Inconvenient Truth van Al Gore over het broeikaseffect. Goed voor hun milieubewustzijn, zo heeft een genereuze gemeenteraad op de valreep van 2006 besloten.
Opmerkelijk. Het is al uniek dat een politicus, laat staan de voormalig vice-president van de Verenigde Staten, een documentaire maakt. Vervolgens komt An Inconvenient Truth ook echt in de bioscoop en wordt keer op keer geprolongeerd. Als klap op de vuurpijl subsidieert een lokale overheid ook nog de kaartjes voor middelbare scholieren.
Het is dan ook niet mis wat Gore beweert. De wereld vergaat als we niet met zijn allen snel actie ondernemen tegen het broeikaseffect. Vooral voor het laaggelegen Nederland zou het wel eens slecht kunnen aflopen. Als Groenland smelt, kunnen we het schudden, en dan hebben we het niet eens over de mogelijkheid dat de Zuidpool eraan gaat.
Gore is niet de enige die rampspoed voorziet. Onlangs bracht zijn voormalige baas Bill Clinton een bezoek aan Paleis Soestdijk en verkondigde daar min of meer dezelfde boodschap.
Ook bij de formatie van het nieuwe kabinet zal de ambitie om de wereld te redden van de dreigende milieuramp een belangrijke rol spelen. De drie vertegenwoordigers van de betrokken politieke partijen – Jan Peter Balkenende (CDA), Wouter Bos (PvdA) en André Rouvoet (CU)- hebben aangekondigd vele miljarden in de strijd tegen het broeikaseffect te willen stoppen.
Op de achtergrond speelt een fel wetenschappelijk debat over klimaatverandering. De meerderheid van de deskundigen meent dat er sprake is van een door de mens veroorzaakte opwarming en dat dit heel ernstig is. Maar er zijn ook totaal andere opvattingen.
Voor veel mensen moet het verwarrend zijn. De ene deskundige beweert dat we nog maar tien jaar hebben om de wereld te redden, de andere dat we juist blij moeten zijn met een beetje opwarming. Op maandag valt te lezen dat de Zuidpool aan het smelten is, op dinsdag dat er juist meer ijs bijkomt. In de ene krant staat dat Gore een ziener is, in de andere wordt hij bestempeld als een leugenaar.
Om de klimaatkluwen te ontwarren, helpt het om drie vragen te stellen. Wat is er aan de hand? Hoe ernstig is het? Kan er iets tegen worden gedaan?

WAAT IS ER AAN DE HAND?

De gemiddelde temperatuur op aarde is in de afgelopen honderd jaar licht gestegen. Naar alle waarschijnlijkheid iets meer dan een halve graad sinds 1900. Het is niet veel, aanzienlijk minder bijvoorbeeld dan het verschil tussen de dag- en nachttemperatuur, en ook aanzienlijk minder dan het verschil tussen de zomer- en wintertemperatuur, maar het is een cijfer dat redelijk vaststaat.
Helaas staat er, zodra het over het klimaat gaat, niets met honderd procent zekerheid vast. Dat geldt zelfs voor dit ‘gegeven’, in wezen het uitgangspunt voor alle commotie. De satellieten geven immers nog een kleinere opwarming aan dan de weerstations op de grond. Bovendien vertekenen de waarnemingen van die stations enigszins, omdat de meeste meetpunten dichter bij steden zijn komen te liggen – beter gezegd: net als bij De Bilt zijn de steden naar de meetpunten toe gegroeid. Daarom hebben de meetpunten de neiging een te hoge temperatuur aan te geven. De weerkundigen zeggen echter dat ze dit verschijnsel kunnen corrigeren.
Een tweede gegeven is dat de concentratie van het gas kooldioxide, in chemische notatie CO2, in de atmosfeer de afgelopen honderd jaar eveneens is gestegen. Het betreft een zeer geringe hoeveelheid, maar die is wel met eenderde toegenomen: van 0,028 naar 0,038 procent. Even over kooldioxide: het is merkwaardig om dit gas zoals in het nieuws veelvuldig gebeurt, milieuvervuiling te noemen. Ieder levend wezen – u ook terwijl u dit leest – ademt het uit en planten tieren er welig bij. Het hoort onlosmakelijk bij het verschijnsel leven en ontstaat bij vrijwel elk verbrandingsproces, dus ook bij ademhaling.
Tussen deze twee feiten – de stijging van de wereldtemperatuur en de stijging van de kooldioxideconcentratie – is een koppeling, het zogeheten broeikaseffect.
Dit effect is een natuurkundig verschijnsel dat al bijna een eeuw geleden proefondervindelijk is ontdekt. Het behelst dat sommige gassen de neiging hebben de warmtestraling die de aarde naar het koude heelal uitzendt tegen te houden. Het broeikaseffect bestaat, dat staat buiten kijf. Zonder (natuurlijk) broeikaseffect zou het op aarde aanzienlijk kouder zijn.
In dit verband wordt ook wel over het (door de mens) versterkte broeikaseffect gesproken: een extra opwarming door sommige gassen. Er zijn ruim dertig gassen die dit gedrag vertonen en CO2 is er een van. Het heeft van die dertig niet het sterkste broeikaseffect en ook is het qua belangrijkheid niet nummer één: er bevindt zich in de atmosfeer honderd maal zoveel waterdamp, dat ook een broeikasgas is. Maar toch, CO2 is een broeikasgas en het is de afgelopen honderd jaar met 30 procent toegenomen.
Waarschijnlijk is die stijging veroorzaakt door het verstoken van fossiele brandstoffen (olie, kolen, gas). Opnieuw, ook dit is niet helemaal zeker. Er zijn tal van natuurlijke processen die eveneens kooldioxide voortbrengen: vulkaanuitbarstingen, wasemende oceanen, erosie van kalkhoudende gesteenten. Bovendien correspondeert de hoeveelheid kooldioxide die de mens met zijn verbrandingsprocessen in de lucht brengt in de verste verte niet met de stijging van het CO2-gehalte in de atmosfeer. Niettemin vermoeden de meeste deskundigen dat de CO2-conentratie door toedoen van de mens stijgt.
Ziedaar de kern van de hypothese. De aarde warmt lichtjes op. Dat komt door het vesterkte broeikaseffect. En dat wordt weer veroorzaakt door de stijgende CO2-concentratie. Die staat in verband met het verstoken van fossiele brandstoffen. Met andere woorden, als we daarmee doorgaan zet de opwarming van de aarde door. Wat nu nog weinig is, zou in de toekomst wel eens ernstig kunnen worden.
Deze theorie is niet onzinnig. Het is immers een feit dat de CO2-concentratie in de atmosfeer sterk stijgt en dat dit gas de neiging heeft om warmte vast te houden. Daarnaast lijkt zich gemiddeld over de aarde (de uitzonderingen bevestigen de regel) een geringe opwarming voor te doen.

Natte regen
Er zijn echter ook feiten die tegen deze hypothese pleiten. Een daarvan is dat de temperatuur in de miljarden jaren dat de aarde bestaat altijd op en neer is gegaan. Klimaatverandering is zo’n natuurlijk proces dat het woord een pleonasme is, zoiets als ‘natte regen’. Regen is altijd nat, het klimaat nooit stabiel.
De geologische geschiedenis leert dat er ook op een andere manier naar de relatie tussen CO2 en opwarming kan worden gekeken. Uit boringen in Zuidpoolijs blijkt dat er in het verleden inderdaad soms samenhang was tussen temperatuur en CO2- concentratie. Die relatie is echter allesbehalve één-op-één. Neem de tijd van de dinosauriërs. Toen was de concentratie van CO2 tien- tot twintigmaal hoger dan nu, en toch was het niet tien keer zo warm. Veel opmerkelijker echter is dat de causaliteit in het verre verleden vaak andersom was: pas duizenden jaren nadat de temperatuur omhoogging, nam de kooldioxideconcentratie toe. Dit werpt een vreemd licht op een bewering die Gore doet in zijn film – plus in het gelijknamige boek waarop de film is gebaseerd – en die door verschillende politici, onder wie staatssecretaris van Milieu Pieter van Geel (CDA), is overgenomen: het ontkennen van e relatie tussen de CO2- en de temperatuurstijging zou zoiets zijn als het ontkennen van de relatie tussen roken en longkanker vijftig jaar geleden. Die vergelijking gaat mank. Niemand, ook vijftig jaar geleden niet, durft te beweren dat je gaat roken, omdat je longkanker hebt. Want dat is wat in het verleden gebeurde: juist door de temperatuurstijging nam de concentratie aan CO2 toe.
Met andere woorden, er zitten rafels aan de relatie tussen het verstrekte broeikaseffect en de klimaatverandering. Dat lijkt technisch geneuzel, maar is het niet. Stel immers dat die halve graad opwarming maar voor een klein deel op het conto van de mens komt en voor het merendeel op rekening van de allerbelangrijkste motor van het klimaat hier in de ondermaanse: de zon. Dan veranderen de politieke implicaties ogenblikkelijk. Als de opwarming door de mens wordt veroorzaakt, heeft het wellicht zin om daar maatregelen tegen te nemen. Maar als de huidige opwarming vooral door de zon wordt bestierd, is het absurd om er iets tegen te doen: de mens heeft immers geen invloed op de zon. Bovendien kan het dan elk moment weer gebeurd zijn met de opwarming.
In dit verband: astronomen hebben de indruk dat er ook elders in het zonnestelsel (Mars en Jupiter) sprake is van opwarming. Welnu, daar is in elk geval geen sprake van een door de mens versterkt broeikaseffect. Tot zover de eerste vraag in de poging om de klimaatkluwen te ontwarren. Het centrale gegeven is een geringe opwarming van de aarde. Het zou kunnen dat de mens die heeft veroorzaakt, maar dat is lang niet zeker.

Hoe ernstig is het?

De vervolgvraag is hoe ernstig de gevolgen van opwarming zijn. Natuurlijk kan die vraag niet los worden gezien van het voorafgaande. Want als de opwarming door de mens wordt veroorzaakt, gaat het net zo goed als zeker nog een tijdje door. Dan kan een opwarming die nu nog geen ernstige gevolgen heeft in de toekomst dramatische proporties aannemen. Van alle mogelijke gevolgen is de zeespiegelstijging de meest ingrijpende, zeker voor het laaggelegen Nederland. De zeespiegel kan op twee manieren stijgen: door uitzetting (alles, ook water, zet uit als het warmer wordt) en door het smelten van landijs. Zee-ijs (de Noordpool) speelt in dit verband geen rol. Zet maar eens een streepje op uw glas whisky en kijk wat er gebeurt als de ijsblokjes smelten: niets.
Er zijn uiteenlopende schattingen over de stijging van de zeespiegel. Gore speelt in zijn film met de optie dat al het ijs op Groenland zou smelten. Dan zou de zeespiegel met 6 meter kunnen stijgen.
Met dat schrikbeeld gaat Gore veel verder dan het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het wetenschappelijke genootschap van de Verenigde Naties dat de dirigent is van de broeikascommotie. In een nieuw rapport, dat volgende maand uitkomt, heeft het IPCC eerdere schattingen voor de zeespiegelstijging juist naar beneden bijgesteld: de zeespiegel zou volgens deze onderzoekers tot 2100 tussen de 14 en de 43 centimeter kunnen toenemen. Hierbij moet worden aangetekend dat de zeespiegel hoe dan ook stijgt. Aan het eind van de laatste ijstijd, zo’n 15.000 jaar geleden, was de zeespiegel ongeveer 130 meter lager. Dat wat nu de Noordzee is, was toen een grote steppe waarop mensen en mammoeten leefden.
Sinds die tijd stijgt het zeespiegel gestaag. Uit metingen aan koraalriffen komt een stijging van 10 tot 20 centimeter per eeuw naar voren. Daarbij moet worden opgemerkt dat er plaatsen zijn waar de zeespiegel stijgt, maar ook plekken waar zij daalt. Dat klinkt vreemd, maar ook het land zelf beweegt omhoog of omlaag.
Zo heeft er tijdens de laatste ijstijd een flinke berg ijs op Scandinavië gelegen. Daardoor is het land dar naar beneden gedrukt en als gevolg daarvan zijn onze contreien – waar toen geen ijs lag: de laatste keer dat de gletsjers Nederland bereikten, was 140.000 jaar geleden – juist omhooggeperst. Sinds die laatste ijstijd veert Scandinavië langzaam omhoog en zakt Nederland langzaam omlaag, een proces dat nog eens wordt versterkt door het inklinken van de bodem.
Met andere woorden, ook zonder een door het versterkte broeikaseffect veroorzaakte opwarming zou Nederland zich in de komende eeuwen moeten voorbereiden op een zeespiegel die elke eeuw met 1 tot 2 decimeter stijgt.

Zuidpool
De schaarse gegevens die er tot nu toe zijn – het meten van de zeespiegel is niet simpel – wijzen er overigens niet op dat de zeespiegel in de twintigste eeuw versneld is gestegen. Bovendien, zelfs de voorspellingen van het IPCC zitten niet ver boven de historische trend. Gore chargeert er dus stevig op los door Groenland te laten smelten. Op dat immense eiland bevindt zich slechts zo’n 4 procent van al het ijs op de planeet. Het is niet helemaal duidelijk of de hoeveelheid ijs op Groenland toe- of afneemt. Dat is anders voor de Zuidpool. Daar ligt het overgrote merendeel (90 procent) van het wereldijs.
Weliswaar wordt de krantenlezer in de hele wereld regelmatig bestookt met dramatische foto’s waarop gigantische afkalvende ijsbergen te zien zijn, de waarnemingen geven aan dat het landijs op de Zuidpool juist toeneemt. Dat is een van de redenen dat de zeespiegel in de buurt van Antarctica niet stijgt, zoals bij ons, maar lichtjes daalt.
Nu het toch over ijs gaat, is het de moeite waard om stil te staan bij een opvatting die sommige deskundigen uitdragen, zoals de Nederlandse hoogleraren Salomon Kroonenberg en Hans Oerlemans. Voor alle duidelijkheid, zij willen niet worden gerekend tot de zogeheten sceptici – wetenschapsmensen die om uiteenlopende redenen niet in een ernstige opwarming door het versterkte broeikaseffect geloven. Zowel Kroonenberg als Oerlemans wijst erop dat de wereld afstevent op een nieuwe ijstijd. Waardoor ijstijden precies beginnen, is niet echt bekend, maar het tot dusver vertoonde patroon suggereert dat een nieuwe ijstijd voor de deur staat. Althans, in geologisch opzicht: het zou zich binnen enkele eeuwen kunnen voordoen.
Welnu, een ijstijd – zelfs al komen de gletsjers net zoals bij de laatste ijstijd niet veel verder dan Schotland en Denemarken – zou pas echt een ramp zijn voor de menselijke beschaving. Kroonenberg en Oerlemans opperen dat een eventuele door de mens veroorzaakte en in het licht van de geologische geschiedenis nog altijd geringe opwarming dan ook kan helpen om een inval van de grote kou – elk jaar een Elfstedentocht in mei? – een tijdje voor ons uit te schuiven.

Kan er iets aan worden gedaan?
Ten slotte, de hamvraag: als het verhaal klopt dat de opwarming door de mens wordt veroorzaakt, kan en moet er dan iets tegen worden ondernomen?
Die vraag leidt naar het zogeheten Kyoto-akkoord. Dit in 1997 afgesloten verdrag verplicht 35 rijke landen, waaronder Nederland, om de uitstoot van CO2 in 2012 met gemiddeld 5 procent terug te brengen ten opzichte van 1990.
Het verdrag heeft vooral symbolische betekenis. Die 35 landen tekenen voor 30 precent van de mondiale CO2-uitstoot. De Verenigde Staten, de grootste producent van CO2, doet niet mee: president Clinton en vice-president Gore, nu helden in de strijd tegen het broeikaseffect, hebben het destijds niet aangedurfd Kyoto in te dienen bij het Amerikaanse parlement. Stuart Eizenstat, de voormalig adviseur van Clinton op dit vlak, zei dat ook als er in de toekomst weer een Democratische president komt, die het uit zijn hoofd zal laten om met Kyoto te komen. “Het woord is radioactief besmet.”
De zich snel ontwikkelende landen China (nu al nummer twee in CO2) en India zullen het verdrag evenmin ondertekenen. Op een klimaatconferentie in Nairobi zie de vertegenwoordiger van India recent dat 50 procent van de inwoners van zijn land geen toegang heeft tot elektriciteit en 70 procent kookt op sprokkelhout en gedroogde mest. De eerste prioriteit van elke Indiase en Chinese regering zal zijn om daarin verandering te brengen. Omdat ook in het Verre Oosten een munt maar één keer kan worden uitgegeven, zullen de grote ontwikkelingslanden nooit aan Kyoto-achtige akkoorden deelnemen.
Veel belangrijker is dat Kyoto geen noemenswaardige invloed heeft om de eventuele opwarming. Het stelt die – opnieuw, als de theorie zou kloppen – met een jaar of zee uit. De temperatuur die anders in 2100 zou worden gemeten, verschijnt in 2106 op de thermometers.
Een Brussels bureau (CEPS) rekende het onlangs weer eens voor. Momenteel stoot de wereld 33 miljard ton CO2 uit. Om de “wereld te redden” zou dat in 2050 eigenlijk met 70 tot 80 procent, 25 miljard ton, omlaag moeten. Naar alle waarschijnlijkheid stijgt het echter door tot 51 miljard ton in 2050. Kyoto haalt daar maar 0,4 miljard ton vanaf.
Met andere woorden, als het broeikasverhaal klopt, zullen er veel dramatischer ingrepen nodig zijn dan Kyoto. Vervolgens dient zich de vraag aan of de kosten daarvan opwegen tegen de baten.
Een Engels rapport, dat onlangs op verzoek van de Britse premier Tony Blair is gemaakt door de voormalige Wereldbank-econoom Nicholas Stern, stelt dat de baten groter zijn dan de kosten. Volgens dit rapport, dat veel publiciteit heeft gegenereerd, vergt het jaarlijks maar 1 procent van de wereldeconomie om de CO2-uitstoot serieus omlaag te brengen. Als we dit niet doen, kan het wel 5 tot 20 procent van de wereldeconomie kosten, onder meer door verminderde oogsten en door orkanen.
Diverse economen hebben er al op gewezen dat Stern alleen maar tod deze afweging kon komen door van irrealistische veronderstellingen uit te gaan. Om een voorbeeld te geven: de belangrijkste broeikaseconoom, William Nordhaus, gaat uit van 2,5 dollar ‘maatschappelijke kosten’ per ton uitgestoten CO2, terwijl Stern op 85 dollar gaat zitten. Daarbij komt dat de ingrepen in de economie ten gevolge van de maatregelen om het broeikaseffect te keren door Stern heel positief zijn ingeschat, jaarlijks 1 procent van de wereld-economie. Het vierde klimaatrapport van het IPCC, dat volgende maand uitkomt, schijnt op 5 procent per jaar uit te komen.
Het gaat dus om onvoorstelbare bedragen, honderden miljarden euro’s, draconische ingrepen. Die lijken slechts gerechtvaardigd wanneer er wetenschappelijke overeenstemming is. Die is er niet, hoezeer Al Gore ook het tegendeel beweert.
Zoals hierboven is aangegeven, staat de broeikastheorie bol van de vraagtekens. Het is dan ook niet waar dat ‘vrijwel alle’ wetenschapsmensen erachter staan. Zelfs al zou dat wel zo zijn, dan is het niet relevant. Het gaat in de wetenschap om de waarheid en niet om de hoeveelheid onderzoekers die achter een spandoek loopt.
Neem alleen al Nederland. De groep wetenschapsmensen die als ‘sceptici’ worden bestempeld, groeit voortdurend. Vijftien jaar geleden was er alleen Frits Böttcher, emeritus-hoogleraar fysische chemie en voormalig lid van de Club van Rome. Inmiddels zijn er tientallen wetenschapsmensen van naam, van wie veel hoogleraren, met een afwijkende opvatting. Enkelen van hen, onder leiding van ex-TNO-topman Arthur Rorsch, schreven een brief aan informateur Herman Wijfels met het dringende verzoek om het hoofd vooral koel te houden in de klimaatgekte en niet met miljarden te smijten.
Daarbij komt dat degenen die in de broeikastheorie geloven zelf toegeven af en toe te overdrijven. De Amerikaan Stephen Schneider zei ooit dat iedere klimatoloog moet proberen de optimale mix tussen effectiviteit en eerlijkheid te zoeken. Met andere woorden, liegen mag, mits het de goede zaak dient.
De Engelsman Sir John Hougton, jarenlang voorzitter van het internationel panel van klimatologen IPCC, schreef in 1994: ‘Unless we announce disasters, no one will listen.’ Vrij vertaald: een apocalyps op zijn tijd helpt. De Nederlander Gerbrand Komen, sinds kort weg als hoofd onderzoek bij het KNMI, schreef onlangs in het blad Meteorologica dat hij in 1995 bij een vergadering van het IPCC aanwezig was en even weg moest voordat de conclusies werden geformuleerd. Terwijl hij stond te plassen, stormde Houghton naar binnen, riep ‘make strong statements!’ en rende weer weg.
Daarnaast zijn niet alle deskundigen op alle terreinen van dit veelomvattende probleem van de mogelijke klimaatverandering even deskundig. Zoals de eerdergenoemde groep sceptische wetenschapsmensen in een brief aan de kabinetsformateur schreven: politici en beleidsmakers ‘vertrouwen op oordelen van experts in een nauw begrensd onderzoeksgebied die niet noodzakelijkerwijs ook overzicht hebben over het geheel van relevante disciplines’.

Afwachten?
Wat dan? Moet de mensheid afwachten en niets doen? Dat hoeft helemaal niet. Er zijn andere benaderingen mogelijk die geen verspilde moeite zullen blijken te zijn als de broeikastheorie in de toekomst toch als een vergissing zou worden ontmanteld, zoals zoveel wetenschappelijke vermoedens uit het verleden achteraf gezien belachelijk zijn.
Bovendien, wat voor 1 euro geldt, geldt ook voor honderden miljarden euro’s. Je kunt het maar één keer uitgeven (Dirk: behalve als je George W. Bush heet). Een groep internationale economen onder leiding van de Deense statisticus Bjorn Lomborg betoogde: er zijn veel wereldproblemen die een hogere prioriteit verdienen dan de opwarming en waarbij het wel degelijk mogelijk is om er met veel geld iets aan te doen. Iets wat bij klimaatverandering allesbehalve vaststaat.
Buiten kijf staat dat het verstandig is om te proberen de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (vooral aardolie) zo veel mogelijk te verminderen. Daarmee worden twee vliegen in één klap geslagen. Het helpt niet allen tegen de veronderstelde mensgebonden opwarming, maar vermindert ook de afhankelijkheid van dictatoriaal geregeerde staten.
Te denken valt aan energiebesparing – nog steeds is bijvoorbeeld maar 10 procent van alle gloeilampen die jaarlijks in een huishouden worden gekocht een spaarlamp – aan het bijmengen van alcohol in de benzine en, jawel, aan kernenergie. Natuurlijk valt daarmee de strijd tegen de veronderstelde niet te winnen – het zal in politiek opzicht al een hele opgave worden om de kerncentrales in de wereld tijdig te vervangen – maar het zijn maatregelen die zin hebben. Dit in tegenstelling tot het bouwen van absurd dure en dus zwaar gesubsidieerde windmolenparken die alleen maar elektriciteit leveren als het waait en dat is niet constant zo, zelfs niet in het winderige Nederland.
Daarnaast is een strategie van adaptatie, aanpassing van een door de mens veroorzaakte opwarming – niet voor niets gebruikt Gore dit om zijn publiek de stuipen op het lijf te jagen – is de kans op overstromingen.
Welnu, zoals hierboven is aangegeven, stijgt de zeespiegel hoe dan ook, wel of geen broeikaseffect, elke eeuw met 1 tot 2 decimeter. Laaggelegen landen als Nederland weten dat adaptatie een buitengewoon effectief middel is tegen een stijgende zeespiegel. De dijken zullen sowieso in de toekomst verhoogd moeten worden en de afwatering sowieso verbeterd.
Ook de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wees in 2006 op het belang van adaptatie in het klimaatbeleid. ‘Aanpassing aan een veranderend klimaat vermindert of voorkomt latere schade.’ Zoals Lord Nigel Lawson, minister van Financiën onder Margaret Thatcher, onlangs stelde in een kritische lezing over al dat geld dat over de balk wordt gesmeten in de strijd tegen het broeikaseffect: ‘De Hollanders tonen al vijf eeuwen aan dat adaptatie een buitengewoon effectieve strategie is in de strijd tegen een stijgende zeespiegel.’
Daar kunnen we ook nog wel een paar eeuwen mee doorgaan.

Meer:
http://www.elsevier.nl/nieuws/wetenschap/artikel/asp/artnr/122159/index.html

1 reactie op „(On)waarheden over GW – Deel III“

  • drecul:

    Het IPCC is een politiek orgaan door thatcher opgericht omdat men toen al wist dat GW big money zou gaan opleveren.

    Talloze klimaatdeskundigen zijn uit het IPCC gestapt omdat zij het niet eens waren met de conclusie echter zij worden niet van de lijst geschrapt wat zij ook proberen.

    Dat GW veel geld gaat opleveren blijkt wel uit de CO2-tax die wij allemaal gaan betalen alleen de grootste vervuilers worden niet aangepakt.

    Als je als staat echt serieus bent over CO2 uitstoot ga je geen co2 emissie rechten opkopen van derde wereld landen zodat jij meer mag uitstoten en deze landen geen industrie meer kunnen opzetten.

    Zoals al bleek bij het engels gerechtshof zat die film van Al Gore vol met fouten.
    Maar wel zo belangrijk gevonden dat de schooljeugd hem gratis mocht zien.

    GW is een natuurlijk fenomeen kijk maar naar het verleden.
    En dan bedoel ik niet vanaf het moment dat wij industrie hebben wat veel klimaat deskundigen wel doen maar over een periode van 18.000 jaar.

    Dan valt het op de het klimaat constant veranderd en dat het in de middeleeuwen een stuk warmer was gemiddeld dan nu.

Reageer

Archief