Onderwijs
Online studieplanner Plandit.nl
De mannen van Huiswerkplaats hebben een nieuwe website ontwikkeld: Plandit.nl. Bij Huiswerkplaats wordt de webaplicatie inmiddels een jaar gebruikt door zo’n 150 leerlingen. Ze willen niet meer zonder.
Dirk Zijn Media heeft een commerciele tekst geschreven over Plandit. Een kanjer van een interim directeur, waarmee ik als waarnemend deelschoolleider heb samengewerkt, heeft het artikel gelezen. Zijn reactie: “Als Plandit doet wat het artikel zegt dat het doet, dan is dit de mooiste onderwijskundige innovatie die ik in jaren heb gezien.” Dus: of Plandit is fenomenaal of het artikel is belachelijk goed geschreven of het is een combinatie van die twee. Ik gok het laatste. ![]()
Intelligente studieplanner Plandit online
De broers Floris en Martijn Danko is het lesgeven met de paplepel ingegeven. Hun moeder werkte als onderwijzeres in het basisonderwijs. Dat ze zelf ook in het onderwijs terecht zijn gekomen is dan ook geen toeval. In de vrije uurtjes na het lesgeven, helpen zij leerlingen met het plannen van hun huiswerk.
Plannen is een vak
De sleutel tot succes ligt bij een goede begeleiding van de leerling. Dat gaat verder dan vertellen wanneer het huiswerk af moet zijn. Helaas is dat het punt waar de begeleiding op school vaak stopt. Er is simpelweg niet meer tijd beschikbaar. Martijn Danko vindt dat het onderwijssysteem in Nederland daarin tekort schiet: “Een schoolcarrière van een leerling mag niet mislukken door het onvermogen om te plannen. Ik heb dat niet één keer, maar tientallen keren zien gebeuren. Het frustreerde mij enorm. Plannen zou een verplicht vak moeten zijn op school.”
Professionals
Niet kunnen plannen heeft niks met intelligentie te maken. Of het nou gymnasium, atheneum, Havo of VMBO is, van brugklasser tot examenkandidaat, overal vind je leerlingen die moeite hebben met plannen. Dat heeft alles met overzicht te maken. Veel leerlingen zien door de bomen het bos niet meer en haken dan af. Als het maken van een planning wél lukt, is het voor veel leerlingen lastig om die planning te realiseren. Wat doe je als je ondanks hard werken de planning niet haalt? Dan kan je weer opnieuw beginnen met plannen. Danko: “Wij leren onze leerlingen hoe ze moeten plannen. Wij zijn professionals in het plannen.” lees verder >>
Wat is nou dyslexie?
In ieder geval is dyslexie een woord waar je dyslectisch van zou worden. Al heel lang heb ik het vermoeden dat ik het heb: woordblindheid. Niet ernstig, maar genoeg om er zo nu en dan last van te hebben. Dus vandaag maar even gezocht of er een checklist is ofzo. Natuurlijk, die is er. Het eerste zoekresultaat bij Google leert dit:
Wanneer u veelvuldig ‘ja’ kunt antwoorden op de volgende vragen, dan bestaat er een grote kans dat u dyslectisch bent.
- Hebt u nog steeds moeite met vlot lezen?
- Leest u überhaupt niet graag?
- Moet u bij een informatieve tekst (b.v. studieboek) deze tekst nog eens extra lezen voor u weet wat er in staat?
- Maakt u veel spellingfouten in het Nederlands?
- Maakt u nog wel eens ‘kleine’ foutjes bij spelling, zoals een letter vergeten b.v. staal i.p.v. straal of boere i.p.v. boeren?
- Twijfelt u bij spelling nog wel eens over het bepalen van de klinker in een woord, met name het verschil eu-uu-u-ui (b.v. schuren i.p.v. scheuren).
- Is de juiste schrijfwijze van werkwoordsvormen een probleem?
- Weet u nooit zeker of een woord geschreven moet worden met een ei of ij?
- Hebt u moeite om een verhaal goed op papier te krijgen? Hebt u daarbij met name problemen om goed lopende zinnen te formuleren?
- Hebt u in het Voortgezet Onderwijs problemen gehad met het leren van de Moderne Vreemde Talen (b.v. Engels), met name de spelling en de grammatica?
- Kunt u moeilijk namen onthouden?
- Hebt u last van achtergrondruis bij het werk wat u doet of andere bezigheden, b.v. telefoneren of studeren? Kunt u zich dan niet concentreren?
- Vergist u zich nogal eens in data en tijden, b.v. bij het maken of nakomen van een afspraak?
Nou. Volgens mei ben ik zo dislekties als een AAp.
Niks mis met competentiegericht onderwijs
Er is niks mis met competentiegericht onderwijs, wel met de uitvoering ervan. Dat geldt overigens ook voor de uitvoering van andere onderwijsvormen die worden gehanteerd op hogescholen en universiteiten. Er is veel mis met het onderwijsmanagement in Nederland, ook in het VO. Voor een deel is dat onvermijdelijk. Gebrek aan middelen en een zwalkende overheid maken het er niet makkelijker op.
Dat studenten hun HBO-diploma kado krijgen komt door de manier waarop scholen worden bekostigd. Ze krijgen geld voor elke student die afstudeert. Als er te weinig studenten succesvol de school verlaten komt de school in grote problemen. Dat systeem van financieren is ooit ingevoerd vanuit de naïeve overtuiging dat het de uitstroom zou terugdringen. Het systeem gaat overigens binnenkort veranderen. –> www.nrc.nl…
(geplaatst als comment op GeenStijl)
Schoolvakantie idioot lang
De zomervakantie in het onderwijs is idioot lang. Officieel duurt de vakantie zeven weken, in werkelijkheid is het op de school waar ik werk bijna acht weken. De laatste week voor de vakantie zijn er nauwelijks mensen in het gebouw. Ook de eerste week van een nieuw schooljaar begint rustig.
Voor leerlingen en docenten is het tamelijk noodzakelijk dat er regelmatig een onderbreking van het rooster is. Lesgeven en leskrijgen is topsport. Ga er maar aan staan: per dag zes tot acht klassen een lesje leren. Of erger: zes tot acht keer op een dag een nieuwe docent voor je neus die wil dat je luistert of iets doet waar je geen zin in hebt. Aan het einde van een lesperiode van gemiddeld acht weken ben je dan wel toe aan vakantie. Een weekje ertussenuit doet wonderen.
De normjaartaak van een docent bedraagt 1659 uur. In een jaar tijd worden docenten verondersteld die uren aan werk te besteden. Een simpele rekekensom laat zien dat geen docent dat haalt. Als ik optimisch reken, dan werkt een gemiddelde docent 7 uur op een dag op school, 38 lesweken lang = 38 weken x 5 dagen x 7 uur = 1330 uur. Stel dat een docent daarnaast elke werkdag een uur thuis werkt aan nakijken en voorbereiding van de les. Dat is 38 weken x 5 dagen x 1 uur = 190 uur. In een jaar werkt een docent dan 1330 + 190 = 1520 uur. Doe er nog wat ouderavonden en ander activiteiten buiten schooltijd bij en je komt op 1550 uur. Dan blijft er in deze optimische berekening toch nog 119 uur over om tijdens de vakanties in te vullen. Dat zijn bij elkaar drie (3!) werkweken van 40 uur.
Het is maar een berekening, werkdruk is niet alleen in uren uit te drukken. Toch zou het goed zijn om de zomervakantie met drie weken te verkorten. Het verspreidt de werkdruk en geeft lucht in het rooster. De lesdagen kunnen voor docenten en leerlingen korter worden. Dat scheelt wel drie lesuur per week. Leerlingen maken minder lange dagen en zijn beter bij de les. De ruimte die ontstaat kan de docent bijvoorbeeld gebruiken voor leerlingbegeleiding, scholing of het ontwikkelen van nieuwe lessen. En er blijft nog een zomervakantie van vier weken over. Lang genoeg voor mij.
Het is: schoolbrug
Aha, vandaar. Ik zocht op luchtbrug, maar het is schoolbrug . Door de gemeente ook wel traverse genoemd. Maar met een beetje hulp uiteindelijk toch gevonden.
Op de website van de Purmerendse ScholenGroep:
Elke school een eigen thuisbasis
Beide havo/vwo-scholen werken volgens het principe ‘reizen en blijven’. Vanuit een eigen thuisbasis zullen beide scholen gebruik maken van elkaars (dure) faciliteiten. Zo krijgt het schooltheater straks een plaats in het gebouw van het Da Vinci College en zal in het gebouw van het Jan van Egmond Lyceum een auditorium worden gebouwd. Zo zullen er meer faciliteiten zijn waar leerlingen van beide scholen gebruik van zullen maken.Naast het delen van faciliteiten, zullen beide scholen waar nodig ook een beroep doen op elkaars klaslokalen en docenten, zodat de lesroosters minder snel uitval zullen ondervinden. Verder zullen toekomstige wisselingen in leerlingaantallen effectief kunnen worden opgevangen; als het aantal klaslokalen dat een school nodig heeft dat van de thuisbasis overstijgt, kan men desgewenst via de veilige verbinding tussen de scholen gebruik maken van de lokalen van de andere school.
Meer lezen kan op PSG.nl. Artikel HIER. Zoeken op ‘schoolbrug’ geeft nog meer resultaat.
De gemeente is wat minder informatief, maar heeft wel een verstopte link naar het bestemmingsplan. Bestemmingsplan ‘Traverse PSG’ HIER. De gemeente is verantwoordelijk voor de bouw. Zij daarom leidend in de informatievoorziening.
Waarom cijfers?
Ik vind het een rare gewoonte. Cijfers gebruiken om de vorderingen van een leerling te waarderen. Wat zegt een cijfer nou helemaal? Een zes op het rapport kan uitdrukken dat een leerling handig kan rekenen en er precies voor zorgt dat het gemiddelde op een 5,5 uitkomt. Met twee vingers in de neus. Maar die zelfde zes kan ook uitdrukken dat een andere leerling keihard heeft moeten werken en mazzel heeft dat er ook nog een tekening en een practicum meetelt voor het gemiddelde. Ook tussen docenten onderling zitten grote verschillen. In het beste geval gebruiken ze voor hetzelfde onderwerp dezelfde toetsen en maken ze afspraken over de beoordeling. Heel vaak ook niet. Sommige docenten zijn van mening dat het gemiddelde van een klas altijd gelijk moet blijven. Daar passen ze dan de scoringsnorm op aan. Hoe goed of hoe slecht het werk ook is gemaakt, hoe veel of hoe weinig tijd de leerlingen ook in het leren hebben gestopt, het gemiddelde van de klas is altijd een zes.
En dan heb je natuurlijk nog verschil in de kwaliteit van de toetsen. Die kwaliteit is gemiddeld slecht. Er staan bijvoorbeeld vragen in waarvoor je Nederlands moet hebben gestudeerd om ze te begrijpen. Of vragen die een voorkennis of inzicht vergen dat je redelijkerwijs niet kan verwachten. Die vragen hebben niets met de lesstof te maken heeft. Ook hebben de cijfers met de prestaties van de docent te maken. Heeft de docent de klas wel goed voorbereid? Zijn die slechte cijfers niet aan de docent zelf te wijten?
Nee, cijfers zeggen maar bar weinig over de leerling. Toch verlangt het schoolsysteem van mij dat ik cijfers invoer en met mijn collega’s deze cijfers gebruik om te bespreken of een leerling het goed heeft gedaan of niet. Of hij over mag naar de volgende klas of niet. Ik heb de cijfers weer braaf ingevoerd en mijn weerstand er tegen is weer een stukje gegroeid.
Zangvogels leren liedjes in hun slaap

Kijk. Dat is nog eens nieuws.
Zebravinken leren hun liedje van hun vader en hun hersenen zijn daarbij ook actief tijdens het slapen. Dat is een nieuwe aanwijzing dat het leerproces overeenkomt met de manier waarop kinderen leren spreken, beweren biologen van de Universiteit van Utrecht.
De ontdekking heeft grote gevolgen voor het begrip van de hersenprocessen bij leren en geheugen. Bij jonge kinderen die leren spreken, is er verhoogde activiteit in een vergelijkbaar deel van het brein als bij dat van jonge zebravinken. Bovendien leren kinderen taal beter als ze daarbij een dutje kunnen doen. Door de Utrechtse ontdekking kunnen wetenschappers nu mogelijk beter begrijpen welke rol slaap speelt bij de vorming van geheugen.
Artikel HIER.
Gaudí Night in De Purmaryn
De afgelopen weken zijn Damiaen, Patrick, Frank en meneer Olsthoorn (ikke) druk geweest met de voorbereiding voor de talentenjacht van SG Antoni Gaudí, Gaudí Night. De Green Day fanaten Damiaen en Patrick wilden niets liever dan een liedje van hun helden spelen op het podium van het Purmerendse theater Purmaryn. Een – zelfbenoemde – drummer vonden ze al gauw in eersteklasser Frank. De bassist was moeilijker te vinden. Toen Damiaen aan het eind van mijn les vertelde dat hun avontuur bij gebrek aan bassist dreigde te stranden, smolt mijn muzikantenhart. “Ik heb een basgitaar”, floepte er zomaar uit. De ogen van Damiaen begonnen te glimmen en ik was verkocht. Het avontuur was begonnen.
Hoe graag de mannen ook wilden spelen, het moeilijkste onderdeel van de voorbereidingen was wel het maken van afspraken. Vooral met vage Frank was dat geen doen. Ergens in maart, vlak voor de eerste auditieronde, was het wonderwel toch gelukt. In de oefenruimtes van P3 hebben we gerepeteerd. Drummer Frank had (toen nog) twee drumstokken maar geen idee wat hij er mee moest doen. Ik heb het ritme voorgespeeld. Boem-tik-tik-boem. Zoiets. Meer kon ik er niet van maken en Frank al helemaal niet. Het was een nuttige repetitie. De mannen waren leergierig tot op het bot en verwerkten mijn aanwijzingen bliksemsnel. Eén ding was duidelijk, er was nog veel werk te verzetten.



